Joodse wijsheden: vermijd boosheid!

We hebben er allemaal wel eens last van. Wanneer iets of iemand ons tegenzit worden we boos. Dit lijkt een logische emotie. Toch is dat het niet volgens het Jodendom. Boos worden suggereert dat G’d niet bestaat. Het is alsof we afgoden dienen als we boos worden. Volgens de Tora bestaat alleen G’d. Al het geschapene is van Hem afhankelijk. Dus alles wat gebeurt wordt bepaald door G’d, zowel het goede als het kwade.

 

Wat is boosheid voor een emotie?

Boosheid gaat gepaard met emotionele spanning waarbij de bloeddruk wordt verhoogt en het hart sneller gaat kloppen. Niet iedereen ziet boosheid als een slechte emotie. Zij zien het als het luchten van het hart. Maar het hangt er wel vanaf hoe u met de boosheid omgaat en hoe u anderen daarmee behandelt. Sommigen worden nijdig, geïrriteerd, verstoord, kwaad, razend of woedend. Anderen reageren assertiever door rustig te blijven, de ander niet te kwetsen maar toch voor hen zelf op te komen. Weer anderen staan juist heel machteloos. Ze slikken hun boze gevoelens in. Er zijn ook mensen die zo woest worden dat ze zich agressief tegenover de ander opstellen.

Twee typen boosheid: introvert en extrovert

Er is sprake van introverte boosheid als je niet in staat bent om de ander te vertellen waarom je boos bent omdat je te verlegen bent of de andere persoon intimiderend is. Je kropt de woede in dat geval op. De Tora verbiedt om in je hart boos te zijn op de ander. Je moet een andere persoon niet tegemoet treden als je boos op hem bent. De boosheid keert dan als een boomerang terug.

Er is sprake van extroverte boosheid als je die onmiddellijk uit. Wanneer iemand jou boos benadert is het beter om je terug te trekken of om de zaak te kalmeren. Als de zaak is afgekoeld kan je een echte conversatie aangaan in plaats van te schreeuwen.

Wat zijn de lichamelijke gevolgen van boosheid?

Er zijn verschillende lichamelijke gevolgen die veroorzaakt worden door (opgekropte) boosheid. Zo kan iemand depressief worden, een hartaanval krijgen, hoofdpijn krijgen, huidproblemen krijgen, etc. Uit onderzoek blijkt dat bij 85% van de ziektes de emotionele toestand een rol speelt. Dus de vraag is wat je erbij wint om steeds maar weer boos te worden. Nadeel van boos worden is ook dat de boosheid controle over je neemt en zorgt dat jezelf lijdt. Een ander nadeel is dat je mensen afschrikt als je constant boos bent. Mensen willen dan niet meer met je omgaan.

Wat is G’d?

Om te begrijpen waarom we niet boos mogen worden volgens de Tora (Joodse wet) moeten we eerst weten wat onder G’d verstaan wordt. Er staat geen definitie van G’d in de Tora. G’d is alleen bekend door de dingen die Hij doet. Alles wat in de Schepping plaatsvindt wordt veroorzaakt door G’d. Er bestaat niets naast G’d. Alles wat in de Schepping gebeurt wordt tot in de kleinste details geregisseerd door G’d. Hij is de enige Bron.

Maimonides: “Woede is verwant aan afgoderij.

De Joodse wijsgeer Maimonides zei dat woede verwant is aan afgoderij. Dit lijkt extreem, maar de uitgangspunten van beide lijken erg op elkaar.

Wat is de essentie van afgoderij?

De essentie van afgoderij is de overtuiging dat G’d niet de enige macht is die het leven beïnvloedt. Afgoderij sluit het bestaan van G’d niet uit; het is het verkeerde idee dat er andere goden of spirituele entiteiten zijn die krachten hebben, en daarom is het nuttig, of verplicht, om tot hen te bidden en hen te aanbidden om beloningen te ontvangen.

Woede neemt ditzelfde geloof aan

Woede werkt hetzelfde als afgoderij. Wanneer iemand ons iets aandoet is de meest logische reactie om boos te worden. Maar op dat moment wordt vergeten dat G’d degene is die alles regisseert. G’d zond een persoon als boodschapper om iets kwaad aan te doen. Wanneer je boos wordt op die persoon ontken je dat G’d hem zond en dat G’d alles controleert. In plaats daarvan denk je dat die persoon onafhankelijk opereerde los van G’d. Dat is dus een foute gedachte. Zelfs als de persoon kwaad handelt betekent dit niet dat G’d het slecht met ons voor heeft. G’d doet alleen dingen die ons ten goede komen, zelfs al kunnen we dat niet altijd meteen waarnemen.

Hoe gingen Bijbelse personen om met boosheid?

Jozef werd niet boos op zijn broers

In de Bijbel werden maar weinig mensen net zo schandelijk behandeld als Josef. Zijn broers, zijn eigen vlees en bloed, verkochten hem opzettelijk in slavernij. De reactie van Jozef is echter opmerkelijk: [I]”Maar wees nu niet bedroefd, en laat het je niet lastig vallen dat je me hier hebt verkocht, want het was om het leven te behouden dat G’d mij voor je stuurde … Jullie hebben me hier niet naartoe gestuurd, maar G’d, en Hij heeft me een vader van Farao, een heer over heel zijn huishouding, en een heerser over het gehele land van Egypte gemaakt” (Genesis 45: 5, 8).

Mozes werd drie keer boos

In de Joodse Bijbel c.q. de Tora lezen we dat Mozes drie keer in zijn leven boos werd. Hij vergat op die momenten de Wet. We leren hieruit dat het zelfs voor grote tzadikkiem (vromen) niet makkelijk is om met woede om te gaan.

Pinchas werd terecht boos

Toen de Israëlieten na de omgang met niet-Joodse vrouwen door een plaag werden getroffen, doodde Pinchas moedig een Israëlische stamleider, die zelf had gezondigd en maakte daarmee een einde maakte aan de pest. Dat is de enige keer dat de Bijbel rechtvaardige boosheid toestaat. Pinchas wordt zelfs beloond voor zijn daad.

G’d wordt boos – wat betekent dat?

In de Joodse Bijbel staat vermeld dat G’d boos wordt op het Joodse volk. Er staan vijf beschrijvingen in de Tora van G’ds boosheid.

Wat wordt met G’ds boosheid bedoeld? Kan G’d echt boos worden? Nee. Het betekent dat G’d een stap terug doet c.q. zich terugtrekt. Er wordt dus een afstand gecreëerd tussen G’d en jou. Wanneer je berouw toont keert G’d weer terug.

Ditzelfde geldt tussen personen onderling. Bij boosheid wordt een afstand gecreëerd. Wanneer de boosheid verdwijnt wordt de afstand weer kleiner en gaan personen weer redelijk met elkaar om.

G’d is het tegengif tegen woedeaanvallen

Door de loop van het leven ervaart elke persoon de pijn van onrechtvaardig behandeld te worden door anderen. Sentimenten van woede en wraak zijn contraproductief en vaak destructief, maar toch zijn het natuurlijke reacties op dergelijke gebeurtenissen. Terwijl veel mensen veel tijd, energie en geld besteden aan verschillende therapieën, is in veel gevallen een eenvoudig geloof in G’d en de Goddelijke Voorzienigheid het tegengif voor het probleem.

Therapeutische medicatie tegen woede

Op de momenten dat we mishandeld zijn en het nut of het doel van het lijden niet kunnen zien, bevelen Chassidische leringen een tweedelige therapeutische medicatie aan:

  1. Denk niet meteen aan het nut van lijden. Jozef heeft eerst ook jarenlang gevangen gezeten en kunnen denken aan wat zijn broers hem hebben aangedaan voordat Farao hem ontbood om zijn droom te ontcijferen. Het verhaal van Poerim is een ander voorbeeld van dit idee. Esther moest trouwen met een tirannieke koning. Pas vijf jaar later werd het plan van G’d door iedereen begrepen.
  2. Lijden en ontbering zorgen ervoor dat het karakter gevormd wordt. De Joden waren eerst tientallen jaren slaaf in Egypte. Pas daarna mochten ze de Tora ontvangen. Alleen door moeilijkheden krijgt een persoon gevoeligheid en empathie voor anderen; en de persoon die door een ander wordt gekwetst, en ervoor kiest om te vergeven in plaats van te wreken, wordt een vriendelijker en groter persoon. Inderdaad, het lijden zelf, en het vermogen om boven alles uit te stijgen, is op zichzelf een Goddelijk geschenk.
Bronnen en referenties
Advertenties

Joodse Bijbel verbiedt crossdressing c.q. travestie

Er zijn twee vormen van crossdressing. Er zijn de dwaze aangelegenheden waar mannen en vrouwen zich af en toe voor de lol aan overgeven, zoals het aantrekken van een pruik of ander kledingstuk waardoor ze eruit zien als een vrouw (of een man). Dan is er het serieuze spul, waarbij mannen zich geheel vrouwelijk kleden of vrouwen allemaal macho gaan en zich op een heel mannelijke manier kleden. Dit laatste type travestie, ongeacht de reden waarom het wordt gemotiveerd, is volgens het Jodendom niet toegestaan. G’d begrijpt dat sommige mensen een voorkeur hebben voor travestie en erkent deze realiteit door deze wet in de Tora te vermelden. Met andere woorden, G’d erkent dat er bepaalde aangeboren verlangens zijn, maar vertelt ook hoe erop gereageerd kan worden. Het is belangrijk op te merken dat volgens de Joodse wet het verbod op travestie alleen wordt geschonden als iemand iets op het oog heeft dat uitsluitend het domein van het andere geslacht is.

Wat is crossdressing?

Definitie van crossdressing

Er is sprake van crossdressing als iemand kleding draagt van het andere geslacht. Naast kleding worden vaak ook prothesen, lichaamstaal en stemverandering gebruikt voor de theatrale transformatie. Soms vindt crossdressing plaats als onderdeel van een spel, denk bijvoorbeeld aan typetjes die André van Duin (als Loes) of Paul Haenen (als Margreet Dolman) naspelen. In andere gevallen gaat het echt om het veranderen van de identiteit.

Vormen van crossdressing

Er zijn verschillende vormen van crossdressing:

  • Recreatief, zoals travestieshows. Denk hierbij aan dragqueens en dragkings of imitatie van beroemdheden.
  • Om het gender uit te drukken, zoals door transgenders. Het kan ook onderdeel zijn van een therapeutische transitie naar het andere geslacht.
  • Voor seksuele opwinding en/of genot.
  • Het overschrijden van stijlnormen om andere aspecten van de identiteit te tonen of te verbergen.

Wat zegt de Tora over crossdressing?

In de Tora staan twee mitswot die crossdressing verbieden. Een vrouw zal geen mannenkleding dragen en een man geen vrouwenkleding. G’d beschouwt dit als een gruweldaad. Het kan immers leiden tot gemengd gedrag en dat is een zonde. De Joodse wijsgeer Maimonides wijst erop dat crossdressing voorkwam bij heidense culturen en moet daarom door het Joodse volk vermeden worden. Het verbod geldt niet alleen voor kleding maar ook het gebruik van cosmetica.

Welke kleding is verboden?

Joodse mannen mogen geen typische vrouwenkleding dragen en vice versa. Unisexkleding mogen Joodse mannen en vrouwen wel dragen. Het is echter verboden voor Joodse vrouwen om kleding te dragen die een typisch mannelijke stijl hebben en vice versa. Joden mogen ook niet een enkel kledingstuk dragen dat tot het andere geslacht behoort, terwijl de rest van de kleding wel voldoet aan de eisen. Er is een verschil van mening of Joodse vrouwen een mannenkleedstuk mogen dragen om zich te beschermen tegen de kou. Joodse acteurs mogen in principe niet aan crossdressing doen, maar daar verschillen de meningen over onder de Joodse autoriteiten.

Omdat kledingstijlen per gebied en per tijd verschillen dan kan de Halacha (Joodse wet) toestaan dat Joodse mannen en vrouwen dezelfde kleren dragen. Zo kunnen Joodse vrouwen tegenwoordig ook lange broeken dragen alhoewel dat vaak gezien wordt als onbescheiden en daarom komt het binnen de orthodoxe Joodse gemeenschap niet voor. Maar een lange broek is altijd nog beter dan een minirok.

Joodse vrouwen mogen geen gebedsriemen (tefillien) dragen zoals Joodse mannen dat doen. Er zijn in de Joodse geschiedenis evenwel uitzonderingen te noemen waarbij vrouwen ook tefillien droegen. Het gaat bijvoorbeeld om de dochter van Koning Saul, prinses Michal. Daar was kritiek op. Maar er zijn rabbijnen die zeggen dat ze tefillien droeg omdat ze extreem vroom was en een prinses was en later koningin werd. Volgens de Kabbala wist Michal bovendien dat ze in een vorig leven een mannelijke ziel was en dat ze om die reden gebedsriemen droeg. Dit verklaart ook waarom ze geen kinderen kon krijgen. Bij liberaal Joodse vrouwen zie je in de moderne tijd dat een aantal van hen ook gebedsriemen dragen.

Wat betreft gebedskleden (tallitot) geldt een iets ander verhaal. De heersende gewoonte is dat vrouwen geen tallitot dragen omdat het een mannelijk kledingstuk is. Rabbi Moshe Feinstein zegt echter dat vrouwen toch een talliet mogen dragen als ze dat willen. Het moet dan wel een vrouwelijke talliet zijn en geen mannelijke. Maar de vraag blijft: waarom zou een vrouw een talliet willen dragen als de Tora haar niet aanmoedigt om dat te doen?

Tot slot is opvallend dat Joodse vrouwen geen wapen mogen dragen omdat gevechtseenheden alleen voor Joodse mannen openstaan. Hierbij moet aangetekend worden dat in het Israëlische leger Joodse vrouwen wel lange broeken en wapens dragen.

Joden mogen ook niet aan crossdressing doen tijdens Poeriem

Tijdens het Joodse Poeriem feest waarbij Joden zich verkleden mogen volgens de meeste Joodse autoriteiten Joodse mannen en vrouwen ook niet aan crossdressing doen. Het wordt namelijke gezien als “goddeloos”. Bovendien geldt ook tijdens Poeriem dat Joden bescheiden moeten blijven.

Joodse mannen en lichamelijke verzorging

Joodse mannen mogen zich niet opmaken zoals vrouwen dat doen. Dit betekent dat mannen geen make-up mogen gebruiken. Zij mogen ook geen haren wegscheren op benen, onder hun armen of andere lichaamsdelen. Er is verschil van mening of Joodse mannen hun baard mogen scheren. Joodse mannen mogen ook hun haren niet verven zoals vrouwen dat vaak doen om grijze haren tegen te gaan. Dit mag alleen als dit noodzakelijk is om een partner te vinden of een geschikte baan.

 

 

 

Boekrecensie: Geschiedenis van de Joden in Nederland – Blom

In 1995 verscheen bij uitgeverij Olympus een overzichtswerk dat de totale geschiedenis van de Joden in Nederland omvat. Het boek “Geschiedenis van de Joden in Nederland” is geschreven door tien gerenommeerde auteurs die elk een periode voor hun rekening namen vanaf de Middeleeuwen tot de moderne tijd. Centraal in het boek staan lot en werkzaamheid van een Joodse minderheid in het spanningsveld van behoud van eigen cultuur versus integratie in de Nederlandse maatschappij. Over het algemeen was de samenwerking tussen Joden en niet-Joden vruchtbaar te noemen, al waren er wel spanningen met als absoluut dieptepunt de Tweede Wereldoorlog. Joden hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de Nederlandse samenleving op cultureel, economisch en wetenschappelijk gebied.

Gegevens van het boek

  • Titel: Geschiedenis van de Joden in Nederland
  • Auteurs: J.C.H. Blom, F.C. Brasz, J.J. Cahen, R.G. Fuks-Mansfeld, J.I. Israël, Y. Kaplan, P. Romijn, I. Schöffer, B.M.J. Speet en D.M. Swetschinski
  • Uitgeverij: Olympus
  • Jaar: 1995, 2004 (tweede druk)
  • ISBN: 90 254 2830 4

 

Behoefte aan overzichtswerk

Volgens de onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen werkzame Commissie voor de Geschiedenis en Cultuur van de Joden in Nederland bestaat er een behoefte aan een overzichtswerk van de geschiedenis van de Joden in Nederland. Er waren al eerder overzichten maar die zijn verouderd.

Moeilijkheden bij het samenstellen van het boek

De schrijvers van het boek stuitten bij het samenstellen ervan op een aantal moeilijkheden.

Tijdsbepaling

Ten eerste is de tijdsbepaling enigszins vaag. Dat geldt vooral voor de beginperiode omdat niet bekend is sinds wanneer precies Joden zich voor het eerst in Nederland hebben gevestigd, desnoods bij een vluchtig bezoek van net over de grenzen. Ook waren Joden vaak bekeerlingen of schijnbekeerden tot het christendom in de tiende eeuw. Pas voor de veertiende eeuw is er zekerheid dat Joden zich in het noorden vertoonden.

Begrenzing

Ten tweede is de begrenzing van Nederland problematisch. De huidige grenzen zijn anders dan de grenzen van voor 1839 die vager omlijnd waren. Daarom gebruiken de auteurs niet alleen de term ‘Nederland’ maar ook ‘Lage Landen’.

Joden

Ten derde levert de term ‘Joden’ moeilijkheden op. Voor de zeventiende en achttiende eeuw valt dit nog mee omdat alle Joden een aparte ‘natie’ vormden met eenzelfde geloof. In de periode daarvoor is het lastiger vast te stellen omdat zij zich alleen in Nederland konden vestigen als zij zich tot het christendom bekeerden. Formeel waren het geen Joden meer, maar buitenstaanders zagen hen nog wel als Joden. Nog lastiger werd het toen de Joden in de Bataafse Republiek in 1796 wettelijk gelijkgesteld werden aan niet-Joden. Joden hoefden zich niet meer te verbinden met één van de twee Joodse kerkgenootschappen zodat het lastig was te bepalen of ze Joods waren. In het boek spreekt men toch nog over Joden als deze buitenkerkelijken zich toch nog Joods voelden of wanneer de niet-Joodse omgeving hen als Joden beschouwde. Het ging en gaat immers niet alleen om religieuze en kerkelijke kenmerken maar ook om culturele en sociale die in de verhoudingen en betrekkingen met niet-Joden een rol bleven spelen. Dus het boek is niet alleen religieus-historisch van aard maar ook cultuurhistorisch waarbij derhalve ook politieke, sociale en economische aspecten aan bod komen. Hierbij spelen termen als assimilatie, acculturatie en integratie een belangrijke rol.

Essentieel bij het schrijven van dit boek is het streven naar het weergeven van een veronderstelde historische werkelijkheid die aan de bronnen en literatuur op kritische wijze wordt ontleend en naar een vorm van bewijsvoering en redenering die een intersubjectieve controle mogelijk maakt.

Een uitgebreid, overzichtelijk boek

De schrijvers en met name de redactie zijn erin geslaagd om een goed, uitgebreid overzicht te geven van het Joodse leven in Nederland. In het boek wordt goed de verhouding tussen de Joodse en niet-Joodse bevolkingsgroep weergegeven. Het gaat hierbij om zowel positieve als negatieve betrekkingen. Je merkt bij het lezen dat de Joden weliswaar lange tijd een aparte natie vormen binnen de Nederlandse samenleving maar dat het integreren gaandeweg steeds beter gaat. Integratie betekent echter niet een afname van antisemitisme. Want dat is ook in het relatief tolerante Nederland een steeds terugkerend verschijnsel. In de periode 1870-1940 wordt gesproken over Joodse Nederlanders, Nederlandse Joden en Joden in Nederland waarbij assimilatie, integratie en antisemitisme een centrale rol spelen.

Joodse bril

Hoewel de nadruk in het boek ligt op de Joodse gemeenschap in Nederland wordt ook een goed beeld geschetst van de niet-Joodse samenleving. Feitelijk leest de lezer over de Nederlandse maatschappij door een Joodse bril en dat levert een uniek beeld op van Nederland.

Notenapparaat

Het boek kent per hoofdstuk een uitgebreid notenapparaat met waardevolle informatie waaruit blijkt dat heel veel bronnen zijn geraadpleegd wat ook terugkomt in het overzicht van de bibliografieën. Het boek wordt afgesloten met een register van persoonsnamen van Joden en niet-Joden die in het boek voorkomen. Het boek is op verschillende plekken opgesierd met tekeningen en foto’s. Deze worden vergezeld van begeleidende teksten.

Al met al is het een zeer lezenswaardig boek dat veel inzicht geeft over de Joodse gemeenschap in Nederland.

Boekrecensie: Israël van lieveling tot paria? – Hans Knoop

In 2011 kwam de bekende Joodse journalist Hans Knoop met het boek ‘Israël van lieveling tot paria?’ Een interessant boek waarbij Hans Knoop tracht na te gaan wat de oorzaken zijn van Israëls internationale isolement. Hij legt de schuld hiervan zowel bij de wereld als Israël zelf. Knoop ziet de Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria, hoewel die niet illegaal is, als grootste struikelblok. De journalist gaat ook in op Israëls slechte imago en de rol van de journalistiek hierbij.

 

Israël van lieveling tot paria?

In 2011 kwam de bekende Joodse journalist Hans Knoop met het boek ‘Israël van lieveling tot paria?’ Een interessant boek waarbij Hans Knoop tracht na te gaan wat de oorzaken zijn van Israëls internationale isolement. Hij legt de schuld hiervan zowel bij de wereld als Israël zelf. Knoop ziet de Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria, hoewel die niet illegaal is, als grootste struikelblok. De journalist gaat ook in op Israëls slechte imago en de negatieve rol van de journalistiek hierbij.

Sprookje

Allereerst meldt Hans Knoop dat Israël nu een andere staat is dan vóór 1967. Israël was toen een agrarische staat en thans behoort het land tot de vijf sterkste militaire staten ter wereld en is het modern en technologisch ontwikkeld. Destijds was elk onderwerp over Israël nieuws. Tegenwoordig geldt dat niet meer. Dat had mede met de Tweede Wereldoorlog te maken. De wereld was overrompeld dat Joden zo goed konden presteren. De Zesdaagse Oorlog van 1967 deed daar nog een schepje bij bovenop. Daarna werkte het sprookje niet meer. Joden werden weer als normale mensen beschouwd en ook zo beoordeeld. Knoop noemt die overdreven bewondering voor Israël van vóór 1967 een vriendelijke vorm van antisemitisme (ik onderschrijf dat geheel). Kennelijk zag de wereld de Joden als onvolwaardig en moesten Joden over hun bol geaaid worden. Israël raakte volgens Knoop aan die aandacht verslaafd.

Deels kan ik me vinden in de uitleg van Knoop. Toch spelen er volgens mij nog wel wat meer zaken. Ten eerste zijn veel mensen op den duur het conflict zat geworden. Vóór 1967 werd er weliswaar veel over Israël bericht maar dat was voornamelijk via de kranten en de radio. Na 1967 ging de televisie een veel belangrijkere rol spelen. Dus niet alleen Israël veranderde, maar ook de media. De oorlogen kwamen zo veel dichter bij de mensen. Dit gold vooral voor de twee Intifada’s die plaatsvonden. Deze werden uitgebreid op televisie getoond. Die beelden oogden niet altijd even prettig en hebben het imago van Israël niet veel goeds gedaan. Wanneer bovendien kijkers dagelijks die beelden zagen werden ze het op den duur zat. Ze hadden in principe nog wel begrip voor Israël, maar gingen toch onbewust sympathie koesteren voor de underdog (de Palestijnen) in de hoop dat als Israël onder druk gezet zou worden er dan sneller een eind zou komen aan het conflict. En hoe langer het conflict duurt des te meer mensen zich tegen Israël gaan keren. Hans Knoop verzuimt dus mijns inziens de opkomst van de televisie en later internet te melden.

Een tweede punt voor de omslag is het feit dat in Nederland en Europa steeds meer moslims zijn komen wonen vanaf de jaren’60. Deze hebben er voor gezorgd dat de bevolkingssamenstelling veranderde en er veel meer mensen kwamen die zich tegen Israël gingen verzetten (autochtone Nederlanders worden hierbij beïnvloed door allochtone Nederlanders). Voor Israël is de invloed van de islam in Europa een groot gevaar. In de VS speelt dat probleem veel minder. Vandaar dat de banden tussen de VS en Israël veel beter zijn dan de banden tussen Europa en Israël.

Goed nieuws en slecht nieuws

In een volgend stuk schrijft Hans Knoop over goed en slecht nieuws. Dat er veel over Israël wordt bericht komt omdat Israël het land van de Bijbel is. Volgens hem willen Israëladepten vooral positieve berichten horen en niet het slechte nieuws. Negatieve berichten zijn niet welkom. En als dit wel gebeurt dan zijn de media anti-Israël. Knoop ergert zich dan ook aan uiterst actieve groepjes van Israël vrienden (Joden en niet-Joden) die het nieuws over Israël monitoren. Ze doen hiervan verslag in rapporten aan leden van de Tweede Kamer of aan een minister. Knoop vindt dat een belediging voor de journalisten die vaklui zijn. Deze doen hun werk naar behoren alhoewel ze soms onder druk slordigheden begaan.

Ik betwijfel of Israëls vrienden niet openstaan voor slecht nieuws. Volgens mij vinden ze dit over het algemeen niet bezwaarlijk, maar gaat het er meer om HOE het nieuws gebracht wordt. Als voorbeeld wil ik de Gaza Oorlog van 2008-2009 noemen die Hans Knoop zelf ook achterin zijn boek beschrijft. Het is opvallend dat berichtgeving over raketaanvallen op Israël vanuit Gaza pas interessant werden voor de meeste media toen Israël op de aanvallen reageerde met een massale actie. Israël werd al langere tijd vanuit Gaza met raketten bestookt maar daar was nagenoeg geen berichtgeving over. Ook de VN zweeg over het Palestijns geweld. Pas toen Israël besloot in te grijpen met een offensief werd de wereld wakker en kreeg Israël de volle lading omdat het buiten proportioneel zou optreden. Journalisten klaagden dat ze Gaza niet binnen mochten komen. Maar waar waren deze journalisten vóór de oorlog toen ze wel Gaza binnen konden komen en verslag konden doen van raketaanvallen?

Verder neemt Hans Knoop het op voor Richard Goldstone die een rapport schreef over de Gaza Oorlog. Knoop bekritiseert Israël dat het niet meewerkte aan het onderzoek. Hij meldt evenwel niet dat de VN geen onderzoek doet naar het optreden van westerse landen tegen het terrorisme in Irak en Afghanistan. Waarom moest er dan zo nodig wel een onderzoek komen naar het Israëlisch optreden tegen terrorisme? Ook kwam er een onderzoek naar de Turkse vredesvloot waarbij 9 doden vielen. Aan dat onderzoek werkte Israël wel mee. Maar waarom eigenlijk? Wanneer de Amerikanen burgers in Afghanistan doodschieten komt er dan ook meteen een VN-onderzoek? Deze VN-onderzoeken hebben verder niets te maken met het zoeken naar de waarheid. De bedoeling is Israëls strijd tegen het terrorisme te bemoeilijken. Er wordt gekeken of men Israël ergens op fouten kan betrappen om zo het land aan de schandpaal te nagelen. Hans Knoop probeert aan te tonen dat het meewerken aan een onderzoek in Israëls voordeel is. Maar die visie deel ik niet. Het instellen van een onderzoek levert Israël sowieso al schade op. Door ermee in te stemmen zal Israël in de toekomst regelmatig aan onderzoeken onderworpen blijven worden, terwijl in andere delen van de wereld onderzoeken uitblijven. Zijn er bijvoorbeeld al onderzoeken uitgevoerd naar de gewelddadigheden in de Arabische landen? Zal er ooit een VN-onderzoek komen tegen het oude Libische of Egyptische bewind? Ondertussen krijgt Israël een nog slechtere naam omdat het onderworpen wordt aan talloze onderzoeken. In maart 2012 berichtte de VN Mensenrechten Raad onderzoek te willen doen in de West Bank terwijl in Syrië een bloedige strijd gaande is. Opnieuw dus Israël onderzoeken en de aandacht afleiden van leed dat verderop geschiedt. De VN-onderzoeken zijn te vergelijken met de talloze VN-resoluties die tegen Israël zijn aangenomen. Dit is vele malen meer dan tegen dictatoriale landen. En iedereen verwijt Israël dat het VN-resoluties naast zich neerlegt…..

Komt er een groot conflict tussen Joden en christenen in Israël?

De laatste tijd komen er steeds meer berichten vanuit Israël waaruit blijkt dat het rommelt tussen Joden en christenen. Het betreft hier de aanspraak op het Graf van David door Joden en christenen en ook de toenemende bekeringsdrift van christenen onder Joden. Het lijkt erop dat het tweeduizend jaar oude conflict tussen Joden en christenen nog steeds niet voorbij is. Mogelijk zal de komende jaren duidelijk worden hoe dit conflict zich zal ontwikkelen. Daarbij speelt ook een rol de toenemende kritische houding van (het christelijk) Europa ten aanzien van Israël.

Joods-Katholiek conflict omtrent Graf van David

In 2014 en 2015 is er een conflict gaande tussen Joden en Katholieken omtrent het Graf van David in Jeruzalem. In het gebouw waar Koning David ligt begraven en waar Joden dagelijks komen om te bidden, ligt ook de kamer van het Laatste Avondmaal dat voor christenen erg belangrijk is. La Stampa Vatican Insider journalist Andrea Tornielli meldde in april 2014 dat er bijna een deal zou zijn tussen de Israëlische regering en het Vaticaan om het Graf van David in Katholieke handen te geven. Dit is echter nog steeds niet gebeurd. Joden verzetten zich hiertegen omdat zij het Katholieke geloof als afgodendienst beschouwen. Eenmaal in Katholieke handen kunnen Joden niet meer bij het Graf van David bidden.

De Zionsberg

Buiten de stadsmuren van de Oude Stad van Jeruzalem, ten zuiden van de Zionspoort, ligt de Zionsberg. Aanvankelijk werd met Zion het “bastion Zion” bedoeld. Dit was het fort van de Jebusieten. Later werd dit de “Davidsstad” genoemd. Zion was het geestelijk centrum van het Joodse volk. Op de heilige berg zou de Messias verschijnen. In de 4de eeuw kwam Zion echter aan de andere kant van de bergrug te liggen.

Voor christenen is de berg belangrijk omdat Jezus hier zijn laatste dagen doorbracht. Er wordt verondersteld dat hier het Laatste Avondmaal plaatsvond. In de eerste eeuw werd hier een kerk gebouwd. In 1342 bouwden de Franciscanen de kerk opnieuw.

Graf van Koning David

In de elfde eeuw raakten Joden ervan overtuigd dat Koning David hier begraven ligt. Ook moslims geloofden dit. Rabbijn Benjamin van Tudela ontdekte de tombe. Hij schrijft hierover: “Vandaag vijftien jaar geleden (omstreeks 1158) stortte een muur van de kerk, die op de Zionsberg stond, in. De patriarch zei tegen zijn ondergeschikten: “Neem de stenen van de heilige muren en daarmede zullen we dan weer de kerk opbouwen.” Dit geschiedde. Er werden arbeiders gehuurd. Deze lichtten een steeen op en legden de toegang bloot van een grafkelder. Eén van hen zei tegen zijn vriend: “Laat ons er binnengaan misschien vinden we geld.” Zij gingen de kelder binnen tot zij bij een groot paleis kwamen. Plotseling kwam een windvlaag door de muil van de kelder en die schreeuwde met een stem van een mens: “Gaat hier vandaan, want God wenst het geen mens te tonen.”

Het Graf van David bevindt zich op de begane grond. Daarnaast bevindt zich een gebedskamer. Er is ook een vestibule en een kleine kamer. Bij de ingang bevindt zich een trap naar de eerste verdieping waar het Cenakel (eetzaal) bevindt.

Het Cenakel

In de eetzaal (Cenakel) vierden Jezus en zijn discipelen de eerste avond van het Joodse Paasfeest. Dit is te lezen in Marcus 14:13-15. In dezelfde eetzaal vond zeven weken na het Paasfeest over de discipelen de uitstorting van de Heilige Geest plaats zoals staat beschreven in Handelingen 2:1-4.

Het conflict tussen Joden en Katholieken

Wie denkt dat in Israël alleen maar een conflict plaatsvindt tussen Joden en moslims heeft het mis. Het twee duizend jaar oude conflict tussen Joden en christenen is ook nog steeds gaande. Weliswaar is dat conflict minder heftig dan tussen Joden en moslims maar het is er wel degelijk. Het gaat hierbij niet om land maar wel om een heilige plek (Graf van David). Ook moeten Joden bekeringsactiviteiten vrezen.

Wat betreft het Graf van David moet gezegd worden dat de Israëlische regering beter geen deal kan sluiten met het Vaticaan. Israël is een Joods land en mag niet toegeven aan afgodendienst, zelfs niet onder het mom van vrijheid van religie. Dit staat ook duidelijk in de Tora te lezen. Christenen hebben bovendien genoeg plekken in Israël waar ze hun godsdienst kunnen belijden. Als Israël de Zionsberg aan christenen afstaat dan zijn de Joden twee bergen kwijt: de Zionsberg in handen van christenen en de Tempelberg in handen van moslims. Formeel behoren deze twee heilige bergen het Joodse volk toe.

De Israëlische regering moet het contact met het Vaticaan over het Graf van David aangrijpen om de Katholieke leiders te wijzen op de dwaalleer van het christendom met de drie-eenheid. Het is de taak van het Joodse volk om te getuige van de Ene God. Het is een zonde om een mens te aanbidden. Zodra het Vaticaan inziet dat de drie-eenheid niet de Eenheid van God betreft, is de hele discussie over het Graf van David zinloos. Er is dan geen enkele reden meer het Cenakel als een heilige plek te beschouwen en er te bidden tot Jezus.

Het aan de kaak stellen van misstanden

Bij het schrijven van artikelen kan de vraag naar voren komen wanneer sprake is van laster (‘lashon hara’ in het Hebreeuws). Laster is een zonde, maar er zijn gevallen wanneer het juist wel gedaan moet worden (in geval van misstanden). Rabbi Sprecher geeft hier vele voorbeelden van in onderstaande video: https://www.youtube.com/watch?v=MpLpSE2HKUY Ook in televisieprogramma’s als Kassa, Radar, Zembla en het Journaal worden misstanden gemeld. Er bestaat zelfs een klokkenluidersregeling.